Hoofdtekst
Den eeuwigen jager, mijn vader beweerde dat’n hem nog gehoord hadde in de Krombekebusschen, hij riep ossan “Hei-ho” op zijn hond. Dat moste een graven geweest hebben in d’Ardennen. En hij was geropen van zijn nonkel om een vergoeden wulf te schieten, en hij dei het niet geren, en hij zei: “’k Gaan je achtervolgen tot in d’helle en een jaar derachter”. ’t Heeft hem een gezien dat’n aan ’t jagen was, de wulf van voren en toen de jager en al d’honds derachter.
Beschrijving
Een graaf moest van zijn oom een wolf schieten. Omdat de graaf dat niet graag deed, zei hij: "Ik zal je achtervolgen tot in de hel en nog een jaar later". Een man zag in de Krombekebossen de wilde jager op zijn honden roepen. De wolf liep een stuk voor hem uit.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (franse grens)
84
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Krombekebossen   
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
Plaats van Handelen
Krombekebossen   
