Hoofdtekst
Ik heb het gehoord van mijn vader. Dat was nog een familante geweest van ons ma. Ze woonde in ’t Kerkstraatje. En ze had twee kinderen en ze woonde in een klein huisje. En in de andere straat woonde er ook een vrouwmens en ze zeiden dat dat een toveres was. En dat kindje had dit en dat. En ’t was betoverd, zeiden ze en ’t was dood. Ze had weer eentje en ’t was juist hetzelfde. ’t Was ook betoverd. ’t Had de koeke.En ik heb altijd gehoord dat dat ene was die op de hoek woonde en hij (haar man) is dan naar Frankrijk gaan wonen. En dat moest afgelezen worden. En zijn toverij is overgegaan op zijn zoon, zeiden ze. En of die dochter, of die zoon dat overgenomen heeft, weet ik niet want ze woonden toen in Frankrijk. Dat was een Vermeulen. Hij kon niet sterven zonder dat over te geven.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In een klein huisje in Ename woonde een moeder met twee kinderen. In een nabijgelegen straat woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze een toveres was. De kinderen van de moeder raakten betoverd en stierven aan een hartziekte. De toveres en haar man gaven hun toverkracht door aan hun zoon of dochter. Vooraleer dat was gebeurd, kon de man niet sterven.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
61A
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ename   
Plaats van Handelen
Ename   
