Hoofdtekst
We hadden ne keer sloorzaad staan, en ’t er kwam een barende vrouwe op en ’t er waren van die hoopjes hele gans dooreen gevlogen. En ’t er waren takken bij die zeker 30 m. hoog gevlogen zijn! Dat was een kwaaie zelle, de barende vrouwe!
Beschrijving
Toen men op een boerderij bonenzaad had klaargezet, kwam de barende vrouw daar voorbij, die alle zaadjes door elkaar deed vliegen. Er waren takken die wel dertig meter hoog in de lucht vlogen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
91
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Barende Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Appelterre-Eichem   
