Hoofdtekst
Ja, dan die met z’n ‘sjóófet’. Die was vrijen geweest in "Jöklem’ en die had wat gedronken. Op een ‘sjóófet’ mag je nooit fluiten. Dat is een vlamke, hé. En hij was aan het zingen en aan het fluiten en hij draait zich om, en daar ziet hij van ver de ‘sjóófet’ aankomen, dat vlamke. Maar hij sliep hier, hij was knecht hier bij Trui van Wömme (= Gertrude Coenegrachts -Meers, Mergelstraat 1) - hierboven, waar Martens (= Ludovic Martens - Meesen, Waterstraat 35) nu woont. En die sliepen allemaal in een ‘vrij’ (= paardenstal), hé, bij de paarden. En toen had hij gelopen, gelopen en toen had dat hem niet bijgekregen. Maar het had toch een gat in de ‘vrijdeur’ gebrand. Maar enfin, het had hem dan niks gedaan. En van dat, hé. Wat hadden ze allemaal, hé.
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een man kwam fluitend en zingend terug van een bezoek aan zijn vriendin. De man werd achternagezeten door een vlammetje. Het was de beruchte vuurman, waarnaar men niet mocht fluiten. De man liep snel naar de paardenstal waar hij ging slapen. De vuurman brandde een hand in de deur van de stal.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
42C 584
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zussen   
