Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0584_0584_10988

Een sage (mondeling), maandag 15 januari 1996

Hoofdtekst

Ja, dan die met z’n ‘sjóófet’. Die was vrijen geweest in "Jöklem’ en die had wat gedronken. Op een ‘sjóófet’ mag je nooit fluiten. Dat is een vlamke, hé. En hij was aan het zingen en aan het fluiten en hij draait zich om, en daar ziet hij van ver de ‘sjóófet’ aankomen, dat vlamke. Maar hij sliep hier, hij was knecht hier bij Trui van Wömme (= Gertrude Coenegrachts -Meers, Mergelstraat 1) - hierboven, waar Martens (= Ludovic Martens - Meesen, Waterstraat 35) nu woont. En die sliepen allemaal in een ‘vrij’ (= paardenstal), hé, bij de paarden. En toen had hij gelopen, gelopen en toen had dat hem niet bijgekregen. Maar het had toch een gat in de ‘vrijdeur’ gebrand. Maar enfin, het had hem dan niks gedaan. En van dat, hé. Wat hadden ze allemaal, hé.

Onderwerp

SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran    SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran   

Beschrijving

Een man kwam fluitend en zingend terug van een bezoek aan zijn vriendin. De man werd achternagezeten door een vlammetje. Het was de beruchte vuurman, waarnaar men niet mocht fluiten. De man liep snel naar de paardenstal waar hij ging slapen. De vuurman brandde een hand in de deur van de stal.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
42C 584
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zussen    Zussen