Hoofdtekst
M’hen altijd horen zeggen, oje van Sint Joris naar hoekestrate ging dat er daar een verzonken kasteel ware. We gingen gaan dienen naar Maria-Aaltre en we gingen ’t senachts ten twaalven of ten één uit. En moeder verteldige, da. "’t Is hier vanzeleven (ooit) een kasteel verzonken." En ze gieten daar altijd maar aarde op en da ligt nog altijd zo diepe. Hoe komt datte? D’er ging ne keer ne vent naar Aaltre en hij ziet een Eeffrouwe (juffrouw). En ze zegt: "Kom ne keer binnen." ’t Lag daar een lelijk beeste. En ze zegt tegen hem: "Pak ne keer diene sleutel uit zijn muile." "Ne neek, ‘k en moe ’t nie weten", en hij liep weg. En tons (dan) is da kasteel verzonken.
Onderwerp
SINSAG 0301C   
Beschrijving
Op de weg van Sint-Joris-ten-Distel naar Hoekstrate zou ooit een kasteel zijn verzonken. Op een dag kwam een man die op weg was naar Aalter, een juffrouw tegen, die zei: "Kom eens binnen". Er lag daar een lelijk beest. De juffrouw sprak tot de man: "Haal de sleutel eens uit de muil van het beest". De man durfde dat echter niet en liep weg. Daarna is dat kasteel verzonken.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
472
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
Plaats van Handelen
Aalter   
Sint-Joris-ten-Distel   
Hoekstrate   
