Hoofdtekst
Beschrijving
Een broer en een zus gingen op een woensdagmiddag samen karnemelk halen bij hun meter. Onderweg zagen de twee een man buitenkomen, die zei: “Ah, kinderen, waar gaan jullie naartoe?” Toen de kinderen zeiden dat ze naar hun meter gingen, antwoordde de man: “Ik zou niet voortgaan als ik jullie was, want wat verderop zit kludde met zijn keten”. Daarop gingen de kinderen bang terug naar huis, waar ze door hun moeder werden berispt. Kludde met zijn keten bestond immers niet.
Bron
F. Vandesype, Leuven, 1977
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (zuid-west)
116C
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
Kludde met zijn keet   
Naam Locatie in Tekst
Kester   
