Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WJACK0352_0352_5975 - Hij had de vezels van de zakdoek tussen zijn tanden hangen: variant

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

In Hees was een meisje dat woonde in Kesselt ergens op een winning (boerderij). 's Zondags 's avonds was het te hunnes (thuis) geweest. Ze vrijde en ze zegden dat ze met ene werewolf vrijde. Toen wol (wou) ze hem eens proberen en er gong met haar tot bekans aan Kesselt en toen zei er: 'Ga nu maar alleen. De bis (ge zijt) bekans thuis.' En toen koem een paard haar na en ze gooide ene rode maalplag (zakdoek) in zijn muil en 's anderendaags liep het paard in de wei met de vezels van de maalplag tussen zijn tanden.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een meisje uit Hees werkte op een boerderij in Kesselt. Omdat het meisje had gehoord dat haar vriend een weerwolf was, wilde ze de jongen eens testen. Nadat het meisje op zondagavond haar ouders had opgezocht, bracht haar vriend haar terug naar Kesselt. Toen het tweetal het dorp bereikte, liet de jongen zijn vriendin alleen verdergaan. Wat verderop gooide het meisje een rode zakdoek naar een paard dat haar de hele tijd volgde. De volgende dag zag het meisje dat het paard in de weide de vezels van de zakdoek tussen de tanden had.

Bron

W. Jackers, Leuven, 1958

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Hees en Grote-Spouwen    Hees en Grote-Spouwen   

Plaats van Handelen

Kesselt    Kesselt   

Hees    Hees