Hoofdtekst
Op den ijzerweg (= spoorweg) ging altijd e dwaallich(t) op en af en dat scheen in de beek. Die lichter (= lichten) wa zje 's nach(t)s zo zag, dat waren zielen van ongedoopte kinder.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Bij de spoorweg zweefde altijd een dwaallichtje heen en weer. Dat was een zieltje van een ongedoopt kind.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
117
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
