Hoofdtekst
Witte heer die in kerkboek leest verandert in gloeiend karwiel.Ene van Zoel kwam eens van Tongel door de bossen. 't Was maneschijn. Hij was wat zat. Toen zag hem daar een witte heer en die leest in een kerkboek. Hij gaat voorbij. Bediejeme ziet hem eens om en toen was 't een gloeiend karwiel. Hij lopen zo hard als hem kost om daar weg te zijn.
Beschrijving
Een dronken man ging bij maneschijn van de bossen van Tongerlo naar Zoerle. Opeens zag de man een witte heer voorbijkomen, die in een kerkboek aan het lezen was. Toen de man omkeek, was de heer veranderd in een gloeiend karrenwiel.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (westerlo en omgeving)
109
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zoerle   
Plaats van Handelen
Zoerle   
Tongerlo   
