Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WJACK0233_0234_5774 - De heksenmacht gaat verder dan het betoveren van het kind

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Mam zaliger vertelde dat altijd. De ouders wollen 't kind niet dopen. Dat kind groeide niet op en dat deed niks als maar janken. Den doktoor koem - 't Kind had niks. De pastoor koem. Die mocht niet binnen. Toen vroeg de gebuur mijn overgrootmoeder of do geen vrouw van Tongeren doorkoem. - Ja - 'Is die niet hier geweest en wat had ze bij?' - Ja, 'ze had een stok en een kalbas (boodschappentas) mit.' - 'Hebt ger die vrouw get (iets) gegeven.' 'Ja, een aalmoes' - 'Hebt ger ze aangeraakt?' - 'Ja ich gaf h'r 't aalmoes en toen rilde ze licht wei (toen) ze mech aanraakte' en door die aanraking van die moeder heeft ze dat kind ook zeker aangeraakt. Te lange liste heeft ze (grootmoeder) de vrouw overgehaald voor no de pastoor te gaan en toen heeft ze h'r toch mitgekregen. Wei ze aan de pastorij koem, kos mijn overgrootmoeder binnen en zij kos niet over den dorpel en toen goeng ze vragen bij de pastoor. En toen zei de pastoor: 'Kom, laat ze komen', nee, ze kos niet, zei de vrouw. Toen is er (de pastoor) ze gaan overzegenen, en door ene gegeven wil koem ze de pastorij op. Ze vroeg voor 't kind te genezen. 't Kind zal genezen, zei de pastoor, maar ger moet 'r kussen opendoen en verbranden. Ze doegen (deden) dat en wei ze 't op [open?] deden, toen stak do een doornenkroon in, just de grootte van 't kopke van 't kind. En toen heeft ze 't kind toegewijd aan Onze Lieve Vrouw en 't is genezen en ze heeft noots geen doktoor meer nodig gehad.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een moeder wilde haar kind niet laten dopen. Het kind groeide niet en huilde de hele tijd. De dokter wist geen raad en de pastoor mocht van de moeder niet binnenkomen. Een tijdje geleden had de vrouw bezoek gekregen van een bedelares uit Tongeren, aan wie ze een aalmoes had gegeven. Wellicht was die bedelares de oorzaak van het kwaad. Uiteindelijk liet de hopeloze vrouw zich toch overhalen om met haar kind naar de pastoor te gaan. De vrouw kon pas over de dorpel van de kerk stappen nadat ze zich door de pastoor had laten zegenen. In het kussen waarop het kind sliep, zat een doornenkroon. Nadat het kindje aan Onze Lieve Vrouw was gewijd, genas het.

Bron

W. Jackers, Leuven, 1958

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
311
Moeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Gellik    Gellik