Hoofdtekst
(Plots vertelt Victoire over een zuster die heel goed kon vertellen.)30 E -Dat was Soeur Gratienne, ja, ge hebt ze ook goed gekend hé.31 -Ja.30 -En dat was de zondagnamiddag verteluurtje, zie en die zuster kon toch goed vertellen hé, ge hoorde niets, niets bougeren hé, maar dat was dan zowel voor de kinderen van het eerste studiejaar of van de handelsafdeling of van de naaischool en zo, de pensionaires dan hé en dat was in de school van Soeur Suzanne, waar dat gij gezeten hebt. En die kon toch goed vertellen hé, maar heel de historie kan ik niet meer vertellen hé, maar wij hebben heel dikwijls gevraagd: “Soeur Gratienne” als ze zei: “Allez, wat zou ik nu een keer vertellen?” “De maan zal het uitbrengen!” Zie en dan, zie als ik er van spreek, krijg ik nog kiekevlees, ze (hoor). En dat was zo’n raar verhaal hé! Want als wij dan gingen slapen hé, ik weet nog goed Suzanne Wouters had haar chambrette recht tegenover de mijne hé, “Victoire, kijkt onder uw bed hé! Of dat er niemand niet en zit!”, en wij waren benauwd en als we in ons bed zaten staken we ons helemaal (weg), maar die kon toch zo goed vertellen!I -En wat vertelde ze zo ongeveer van die maan?30 -Ja, dat kan ik niet meer, maar de titel heb ik altijd goed onthouden hé! “De maan zal het uitbrengen.”31 -Dat was van een boek dat zij gelezen had en dan kwam zij dat vertellen aan de kinderen hé.30 -Ja, want somtijds zei ze hé: “Ah, het verteluurtje is voorbij.” – “Toe Soeur Gratienne, nog!” “Nee,” zegt ze, “want ik ben nog zover niet, ik moet het eerst nog lezen” zei ze dan. Maar dat is een titel die ik goed onthouden heb, “De maan zal het uitbrengen” en dat wij daar schrik van hadden. I -En wat was dat voor iets gewoon de maan?30 -Bijvoorbeeld ik zal zoiets uitvinden hé, een kind dat dus te slapen werd gelegd en dat opeens wakker schoot en de ouders gingen dan kijken hé en d’er was maanlicht ofwel een vreemdeling, enfin, zo goed kan ik dat precies niet meer vertellen hé, maar het kwam er altijd op neer: “Pas op van de maan als die in uw huis schijnt, want de maan heeft het gezien en ze zal het uitbrengen”, ziet ge, van de maneschijn in uw kamer bedoelde ik eigenlijk hé. Maar dat... weet ik niet ze, want de ene keer vertelde ze in het Nederlands en de andere keer in het Frans. Maar die kon heel goed vertellen, dat was een heel verstandige, ik heb daar vier jaar bijgezeten, dat was een heel goede onderwijzeres. Ja.I -En van de maan of zo, dichtte ze de maan speciale krachten toe of zo?
Beschrijving
Een zuster vertelde de kinderen op zondagmiddag altijd verhalen. Zo vertelde ze bijvoorbeeld dat de maan alles zag en kon voortvertellen wat ze had gezien.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
30E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Middelkerke   
