Hoofdtekst
Dat is nog van Wellen en de vrouw haar vader vertelde dat en als ge zegde: 'Dat is toch niet waar', dan zou hij gevochten hebben. Daar kwam alle avonden de 'ketelhond' en Jef D. zou hem eens gaan dood 'howen'. 'Dat is een hond met een 'ketel' die ergens losgeraakt is, meer niet' zei hij. Eerst zette hij er enige 'boddels' op om 'kloek' te zijn en toen ging hij op de trap aan de kerk staan tussen twaalf en één: 'Dat die 'ketelhond' nu maar komt' riep hij . Toen kwam de hond af en Jef 'hode' 'In de naam des Vaders' maar 't was mis, de hond draaide 'hem' om en kwam terug, 'En des Zoons' zei Jef, maar weer mis en toen moest hij zeggen: 'En des heiligen Geestes' maar de hond kwam met zijn grote staart onder zijn kin doorwrijven en toen 'dèrde' hij niet meer, maar hij maakte 'hem' onder de voeten uit.
Onderwerp
SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.   
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
In Wellen verscheen elke nacht een hond met een ketting om zijn hals. Jef D. was niet bang voor de hond en wilde het vervelende dier doodslaan. Toen Jef om middernacht op de trappen van de kerk stond, zei hij: "Laat die hond nu maar komen!" Toen de hond kwam aangelopen, sloeg Jef het dier met de woorden: "In de naam van de Vader". Omdat hij had gemist, sloeg Jef een tweede maal en zei: "In de naam van de Zoon". Jef sloeg weer mis. Normaal had hij daarna moeten zeggen: "En de Heilige Geest", maar omdat de hond met zijn grote staart onder Jefs kin kwam wrijven, werd de man bang en maakte hij zich snel uit de voeten.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
3.1 Duivels
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Geest   
Zoon   
Vader   
Jef D.   
Naam Locatie in Tekst
Borgloon   
Plaats van Handelen
Wellen   
