Hoofdtekst
I: Dat van de Meas-eik?J: Oh ja, daar ben ik nog niet aan. [gelach]J: In Helshoven, daar stond een eik. Dat was misschien een 1500 jaren oud. Dat was nog van het appelarenbos. Van het oerbos van hier in de streek he. Hier is alles bos geweest, dat weet ge toch hé? G: [ik knik ja]J: en dat was een eik waar vroeger de Druïden onder een offertafel hadden. Waar er toen plechtigheden mee gehouden werden. In den ouden tijd. Laat ons zeggen over 15 honderden jaren terug. En die eik die was zo groot dat zeven mensen met gestrekte armen rond die eik konden. Dan kondt ge hem omhelzen en ze zegden vroeger als ge drie keer rond die eik gingt, dan kreegt ge een ‘klets aan uwe kop’. Mijn vader heeft de eik nog zien staan. En waarom is die weggegaan? Het was wereldtentoonstelling in Antwerpen, en België wilde pochen met een hele dikke boom. En toen hebben ze die boom hier, het zou nu niet meer gebeuren, hebben ze hier die (boom) omgekapt. Afgezaagd voor te laten zien wat een diameter dat had, maar het moest onmenselijk zijn wat voor een boom dat dat was. Toen hebben ze daar van op de plaats […] met de wagons een ijzerweg [een treinspoor] gelegd door de beemden speciaal voor die boom te vervoeren. Want die moest in zijn ganse lengte (mee), ge kondt daar geen stukken van af zagen hé. Moest die vervoerd worden. En dan hebben ze die boom gebracht…als ge Engelingenmolen ziet, door de beemden en over dat veld tot op de grote weg, daar Helshoven, Grootgelmen nu… euh, Helshoven Hoepertingen nu. En daar hebben ze die op een speciale wagen gerold. Op een hele grote wagen met heel veel paarden. […] Dan hebben ze die boom […] naar het suikerfabriek [De informant spreekt hier over het suikerfabriek van Orey. Dat suikerfabriek ligt vlak over de taalgrens en bestaat vandaag nog steeds] gedaan en langs de kant van het suikerfabriek daar was, ik heb het nog gezien, daar was een ijzerweg tegen de muur op. En die liep dieper als de straat die er achter lag, een meter dieper. Dan hebben ze die muur opgebroken tegen de straat, tussen de straat en de ijzerweg. En toen hebben ze twee grote platte wagons gebracht en toen hebben ze’m (de boom) daar op die wagons gelegd. En zo is hij dan naar Antwerpen gegaan. Op twee wagons. Zo een onmenselijke dikke boom. Dat was toch een zonde hé, om zo iets weg te doen. Maar ja, dat was Wodan dan en daar huisde een geest in. (tegen M.) Dat zeiden ze vroeger ook hé van de Tjenneboom, die hebben we van ze leven nog zien staan hé?M: Ja.G: Den echte?M: Ja.J: En als ge daar drie keer rondgingt, er durfde niemand drie keer rond, maar dan kreegt ge een klets aan uwe kop. [gelach]J: Meas-eik, daar zeiden ze vroeger…meas wil zeggen ‘meester’ he. Meester. Welke taal is dat? Frans? M: Dat zal Latijn zijn Jean.J: Het zal Latijn zijn. Want vroeger zeiden ze op een boer, een herenboer (vroeger noemde ze een herenboer) ‘de meas’.I+M: De meas, ja.[…]
Beschrijving
In Helshoven stond een eik die wel 1500 jaar oud was. Dat was nog een eik uit het appelarenbos. Onder die Méas- eik hadden de druïden vroeger hun offertafel. De boom was zo dik dat zeven mensen er met gestrekte armen rond konden staan. Wie driemaal rond de eik ging, kreeg een slag tegen zijn hoofd, zo vertelde men. Men geloofde dat de geest Wodan in die boom huisde. Ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling werd de eik omgezaagd omdat België wilde pronken met de dikste boom. Later werd een herenboer nog steeds 'de méas' genoemd.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (zuiden)
V11
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Méas   
Mjas-eik (Helshoven)   
Méas-eik   
Wodan   
druïde   
appelarenbos (Helshoven)   
Naam Locatie in Tekst
Voort   
Plaats van Handelen
Helshoven   

