Hoofdtekst
Da was ip Assebroeke, ent ’t brande do lik olten e luchtjen in ’t bus. Mo da was e kèsse’in ’n roape (raap). Ze zeien do tegen doakèsse. En mensen da’n der do no toe gingen gon kieken!!! Mo da was dor eigentlik werk van ’n bende schurken dien iedereen schuw (bang) makten.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
In Assebroek brandde altijd een lichtje in het bos. De mensen waren bang voor dergelijke lichtjes, die ze doodkaarsen noemden. In werkelijkheid werd het licht veroorzaakt doordat enkele grapjassen een kaars in een raap hadden geplaatst om de mensen bang te maken.
Bron
L. Cumps, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (z van brugge)
40
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Loppem   
