Hoofdtekst
Nen boer kwam in z’n stal en oender z’n ogen wierden de manen van z’n peerd gevlochten en ’s nuchtens waren ze were los en je zag niemand en ’t schuum stoend ip die beeste van gedwoengenheid.
Beschrijving
Een boer zag in de stal hoe de manen van zijn paarden werden gevlochten door een onzichtbare gestalte. De volgende ochtend waren de vlechtjes weer los. De paarden stonden te schuimbekken in de stal.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (n van brugge)
260
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lapscheure   
