Hoofdtekst
Op e Brug, dat heb ich mij vader ooch dik horen vertellen, daar moet ne boer geweest zijn maar ich ben zijne naam vergeten, die zag altijd nen haas in zijnen hof. En hij dacht, dat moet gedaan zijn, die moet ich hebben. En hij poek ze geweer en hij schoot en hij had hem geraakt. Maar toen hij ging zien, zag hij niks. Maar toen hij 's avonds ging slapen, toen lag zijn vrouw in 't bed en die bloeide aan hare kop. 'Maar vrommes, zei de boer, wat hebde gij gedaan.' 'Dat moet gij nog vragen, zei zei, gij hebt mich geschoten.'
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer die altijd een haas in zijn tuin zag lopen, haalde zijn geweer en schoot het dier neer. Toen de boer ging kijken, zag hij echter niets. Die avond zag de boer zijn vrouw met een wonde aan het hoofd in bed liggen. "Wat heb jij gedaan?", vroeg de boer, waarop de vrouw antwoordde: "Dat moet jij vragen! Je hebt naar mij geschoten!"
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
236
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hechtel   
