Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI1086_1086_32494

Een sage (mondeling), dinsdag 19 januari 1999

Hoofdtekst

48 T’ -Dat werd, ‘t is dat dat ik u vertelde van in dat klein baantje in Grotenberge, ging ik met mijn grootmoeder naar een boerderij en mijn grootmoeder ging daar omdat dat familie of kennissen was, dat weet ik niet, maar daar waren ook kinderen van ongeveer mijn ouderdom en een beetje mijn broers’ ouderdom en die vertelden ondereen van : ah ja, vannacht hebben we weer dansende kaarsen gezien. Dus het ene kind vertelde aan het andere wat dat er gebeurde, maar dat werd nog niet verteld in het bijzijn van de ouders, weinig, heel weinig.I -En euh...48 -En als die mensen daar zelf, pardon, over bezig waren, die werd er daar nogal veel over gezwegen, want als die kinderen dat...de schrik niet aan te jagen. En als er dan iets gezegd werd, denk ik, dat ze het gewoon zeiden, omwille dat ze zo benauwd waren en toch die kinderen een hint wilden geven van “dat ge dat moest zien, ge moet ervan opletten”, maar dat toch niet...II -Niet expliciet zeggen zo.48 -Voila, een stukje toch bewust worden van...II -Dat ze toch iets moesten weten, dat ze toch iets moesten weten als ze daarmee geconfronteerd werden48 -Ja, voila

Beschrijving

Vroeger vertelden de mensen soms over dansende kaarsen die ze ergens hadden gezien.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
48T'
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zottegem    Zottegem