Hoofdtekst
’t Volgende is echt gebeurd. Ik en Coot zijn broer, Jean, die nu dood is, hadden rapen gevonden en wij hadden die ’s namiddags uitgesneden en we maakten een mond en stokjes voor zijn tanden. Maar dat zag raar hoor. En dan een kaars erin gezet. En Jean moest naar de smidse te Horebeke (Sint Maria Horebeke) gaan, en hij zegt: “Ga je mee, we zullen ze vanavond in de Helle zetten. Er is daar een bosje.” Wij, gewacht tot het donker werd en dat daar gezet, in een ulike branke. En als we weerkeerden, wij waren nog maar jongens, van halverwege Horebeke, zagen we ze staan. En we durfden niet meer passeren. We hadden ze zelf gezet en we waren er schui van.
Beschrijving
Twee mannen hadden een kaars in een uitgeholde raap gezet en die raap in een boomstronk in het bosje in ‘de Helle’ gezet. Toen de mannen later op de avond terug naar huis keerden, waren ze zelf bang voor hun farce en durfden ze niet meer voorbij het bosje.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (zuiden)
41E
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Cornelis-Horebeke   
Plaats van Handelen
Helle (Sint-Cornelis-Horebeke)   
