Hoofdtekst
In het weike aan het steegske, doa kwam enen aa man, en he moes(t) door de haag kruipen, mè doa zat ene weerwolef in het koet (= opening in de haag); toen gingter wijder proberen, door een ander koet, mè doa zat de weerwolef toen weer! zo koster (= kon hij) nie door.
Beschrijving
In een weide bij een steegje wilde een oude man door een gat in de haag kruipen. Omdat een weerwolf hem tegenhield, ging de man naar een ander gat in de haag. Toen hij daar was, stond de weerwolf er echter ook al om hem tegen te houden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
975
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Piringen   
