Hoofdtekst
Als ik ne jongen was heb ik azo een boertje gekend dat allene viel; En ’s avonds koste je daar altijd een doodkeerse zien. ‘k Heb ’t gezien: ’t zweefde d’hoogte van de bomen en ’t bleef nu en tonne hangen. Da was juiste lijk een sterre. Achter nen tijd kwam het nie meer.
Beschrijving
Een boer die weduwnaar was geworden, zag iedere avond ter hoogte van de bomen een doodskaars zweven. Het leek wel een ster. Na een tijdje verscheen de doodskaars niet meer.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (houtland)
81
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldegem   
