Hoofdtekst
Ip de Klijthoek, ’t was daar ook een Tempeliershof, waar da me widre geweund hèn. Waar dat Montje Fiers weunde was t’er ook een. Da was een soorte volk, lijk de kommunisten, die overal de baas speelde en de boeren moesten alten de vierde struik van den oest (oogst) ingeven.Ip éne nacht zijn die Tempeliers gestraft van Ons Here en al d’hofsteên zijn verzoenken. En die Tempeliers vochten tegen mekaar voor mekaars goed en ze schoten met pijlen en ’t is ne keer een peerd naar huus gekomen met ne zeune d’rip die doodgeschoten was met n’een pijl in z’n herte. En ’t was daar een mote, een hoogte azo met ne wal roend en in die mote hoorden ze dikkels klagen.l En ’t was daar ne Rus bij ons binst den oorlog en je sliep daar en j’hèt da ook ne keer gehoord en j’hèt daar nooit nie meer durven slapen.
Beschrijving
Op de Klijthoek stond een Tempeliershoeve. De boeren moesten aan de Tempeliers een vierde van de oogst afstaan. Op een nacht heeft Onze-Lieve-Heer de Tempeliers gestraft door al hun hoeves in de grond te laten zinken. De Tempeliers vochten tegen elkaar omdat ze jaloers waren op elkaars bezittingen. Op een dag is er een paard naar huis gekomen met een dode jongen die een pijl in zijn hart had.
Bij een ommuurde wal hoorde men later dikwijls een klagend geluid.
Bij een ommuurde wal hoorde men later dikwijls een klagend geluid.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (o van houtland)
530
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Klijthoek   
