Hoofdtekst
Beschrijving
Een Nederlander die in Vlaanderen woonde, bezat boeken die hij achterstevoren moest lezen, waarna hij de mensen moest plagen. Eén van de boeken heette Geseling des Duivels. Op een dag vergrendelde de man al zijn deuren om rustig in zijn boek te kunnen lezen. De man was nog maar net aan het lezen of er werd al aangeklopt. Het was de beste vriend van de man, die kon binnen geraken zonder dat de grendel van de deur werd geschoven. De vriend kwam de man een borrel aanbieden, maar de man was achterdochtig en goot de drank achter zich weg. Daarna was zijn vriend plots verdwenen. De man las voort en zag zijn kamer in een grote dansvloer veranderen. Er weerklonk muziek en er stonden vier nonnen voor hem, die hem probeerden te verleiden. Toen de man vijf woorden achterstevoren teruglas, stond de kamer vol pastoors, die allemaal een vrouw bij hadden. De man las nog een stuk achterstevoren en alles was verdwenen.
Bron
H. Van Hoof, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (lier en omgeving)
321
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Geseling des Duivels (toverboek)   
Nederlander   
Naam Locatie in Tekst
Bevel   
Plaats van Handelen
Vlaanderen   
