Hoofdtekst
Op de Voot in Diepenbeek, daar lag een zwarte hond onder de tafel en ze waren aan het tuisen en ze zagen die grote hond onder de tafel. En ze haalden de paters en ze hadden die hond een ketting moeten aandoen en die moest verbannen worden. En die de hond leidde mocht niet omkijken, wor, zo leidden ze hem weg. En de pater kwam overlezend achter hem na. Maar ineens hoorde die vooropging de ketting over de grond slepen en hij keek om en hij was de hond kwijt. En de ketting sleepte nog half achter hem na en ze gloeide nog, zo was ze verbrand.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
SINSAG 0334 - Spuktier vom Priester gebannt.
  
Beschrijving
Enkele mannen die op de Voot in Diepenbeek zaten te kaarten, zagen een zwarte hond onder de tafel liggen. Men liet onmiddellijk de paters komen om de hond te verbannen. De man die de hond leidde aan een ketting, mocht onder geen beding achterom kijken. Onderweg liep de pater achter de hond aan, terwijl hij het dier overlas. Opeens rukte de hond zich echter los en liep weg terwijl de gloeiende ketting nog achter hem aan sleepte.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
midden-limburgs
e
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
Plaats van Handelen
Voot (Diepenbeek)   
Diepenbeek   
