Hoofdtekst
Den Duitse schaper was ne keer met zijn schapen in ’t koren, maar de schaapkens wraten alleen ’t onkruid maar verroerden geen almpje (halmpje). “Maar hoe komt dat?” zei ’t er ne vent die passeerde. “Kijk ne keer over mijn linkerschouder”, zei de schaper. Achter elk schaap stond een rood duivelke met een zweepke. Iedere keer dat het schaap aan een alm wilde gaan, gaf dat duivelke een knipke op zijn muilke.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een Duitse schaper was met zijn schapen in een korenveld. De schapen aten alleen het onkruid op en beschadigden geen enkele korenhalm. Toen een voorbijganger vroeg: “Hoe kan dat toch?”, zei de schaapherder: “Kijk eens over mijn linkerschouder”. Achter ieder schaap stond een duiveltje met een zweepje. Telkens wanneer een schaap van het koren wilde eten, kreeg het een slag op zijn muil.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
412
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Zulzeke   
