Hoofdtekst
M’n moeders nonkel hèt nog betoverd geweest van Liete Declercq ip Koolskamp. Bij de gebeurs was d’r n’een ast en ze kwam daar ne keer ip n’een avend binnen. En ze vroeg an één voor mee te gaan en de boer ging mee. En ze liet heur vallen en je droeg heur ip zijne rugge en j’is ton sebiet naar huus gegaan en in z’n bedde gekropen en j’hèt d’r nooit nie meer uitgekomen. En o z’hem afleien (aflegden) ton stoend de schoonste hulstetak van de wereld ip z’n rugge.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boer kreeg op een avond bezoek van een vrouw die vroeg of hij met haar wilde meegaan naar de ast. De boer ging mee. Toen de vrouw zich onderweg liet vallen, droeg de boer haar op de rug. Bij zijn thuiskomst is de boer ziek in zijn bed gekropen. Hij is er nooit meer levend uitgekomen. De dode boer had op zijn rug een vlek die de vorm had van een takje hulst.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
276
Oom van de moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
