Hoofdtekst
Ich hem dao dikkes duêren van klappen. Wa da zjust was weet ich nie. Ich geluêf dat da nen hond was mee een ketting aon diên duer de waaien rondspoêkte.
Beschrijving
In de weiden liep een hond met een ketting rond.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (beringen en omstreken)
135
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heppen   
