Hoofdtekst
‘k Heb zelve nog ne keer entwat tegengekomen. ‘k Was aan Putjes bos en ‘k was gelucht. ’t Had het mij entwiene vertelde dat er daar altijd een luchtje was en ‘k had ermee gelachen.Zo, ‘k vrijde dan nog met mijn eerste wijf en ‘k passeerde langs dat bos. ‘k Was gelucht en dat keerske ging altijd mee tot tenden ’t bos, dan was ’t weg.
Beschrijving
Een man die terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, zag een dwaallicht dat het bospad voor hem verlichtte. Het lichtje ging met de man mee tot hij het bos had verlaten.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (zuiden)
15
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zwevegem   
