Hoofdtekst
Hij had een kamerke waar niemand op mocht.M.S. had een kamerke, daar mocht niemand op, ook zijn vrouw mocht er niet op. Op zij (naast) van zijn bedde was er een klein holleke in de muur. En door dat holleken pakte hij zijn sargen (dekens) binnen. En dat holleken was nog zo klein dat er niemand door kost.
Beschrijving
Een man had in zijn huis een kamertje waar niemand in mocht, zelfs zijn vrouw niet. Naast het bed was een klein holletje in de muur, waarlangs de man een wollen deken binnenhaalde. Het holletje was zo klein dat er niemand doorheen kon.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
306
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mere   
