Hoofdtekst
Om te weten of dat er toveressen in de messe zijn: an ’t canon van de messe, os ‘t ie slinks draait, os ‘t ie zijn ogen toedoet, ie kan ze zien. En os je dichte genoeg zit, je ga ’t zien an zijn aanzichte waar da ze zitten. En os ’t ie toene were naar rechts draait ook.
Beschrijving
Om te weten of er heksen in de kerk zaten, moest men tijdens de consecratie goed kijken wanneer de pastoor zich omdraaide en zijn ogen sloot. Als men dicht genoeg bij het altaar zat, kon men aan het gezicht van de pastoor zien waar de heksen zaten.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (menen en omstreken)
268
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
