Hoofdtekst
Op den hoek van de Veldstrate en de Euphrasie Beernaertsstrate en de Torhoutse steenweg ’t is daar een café, daar aan Mong Plezier. As (als) ze daar vroeger kwamen as ’t twaalve was, ‘k heb dat altijd horen zeggen as ik een meisje waren (was) en me (we) waren wider (wij) benauwd daarvan, zag je de waternekker. Die vent was zo groot als een huis en je (hij) koste binnenkijken en je (je) koste (kon) aan hem niet. Achter de twaalven was ’t en (hij) verdwenen. En je (hij) pakte je (u) en verzette je dat je (ge) moest zoeken voor je weg weer te vingen (vinden). Dat was maar een klein ventje en je koste zo groot worden as een huis.
Beschrijving
Bij het café op de hoek van de Veldstraat, de Euphrasie Beernhaertstraat en de Torhoutsesteenweg kon men om middernacht de waternekker zien. De waternekker was zo groot als een huis en kon binnenkijken in het café. Na twaalf uur was de nekker verdwenen. Wie dan nog naar huis moest, raakte meestal verdwaald.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
19
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
Plaats van Handelen
Torhoutsesteenweg (Oostende)   
Euphrasie (Beernhaertstraat (Oostende)   
Veldstraat (Oostende)   
