Hoofdtekst
Z’èn toen ol in Brugge up ’t schavot gekommen. En ’t wos dor e geestelijk. En die wilde, koste hem bekeren. Bakelandt up e latste e toen in ’t publiek gratie gevraagd. Den eersten die onthoofd wos, wos e meischge van zestien jor. D’rachter kwamen er vuve die eerst meegegon woren met Bakelandt in den bus. Z’èn d’er achttiene onthoofd in ’t hele. Bakelandt wos de latsten niet. Bakelandt stoend dor voor drie mannen en die drie mannen èn olles bekend dat het deur Bakelandt wos dat olles gebeurd wos.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt werd in Brugge op het schavot onthoofd. Vóór de terechtstelling kwam er een geestelijke die de rovers de kans bood zich te bekeren. Uiteindelijk heeft Bakelandt in het openbaar genade gevraagd.
In totaal werden achttien leden van de bende van Bakelandt onthoofd. Een meisje van zestien jaar werd als eerste onthoofd. Bakelandt was verraden door drie leden van zijn bende. Hijzelf werd niet als laatste onthoofd.
In totaal werden achttien leden van de bende van Bakelandt onthoofd. Een meisje van zestien jaar werd als eerste onthoofd. Bakelandt was verraden door drie leden van zijn bende. Hijzelf werd niet als laatste onthoofd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
151F
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Brugge   
