Hoofdtekst
Mijn vaders broere e nog verteld van e boerinne die eigenlik ook met de ding ommeging en ’t gebeurde ’t ene achter ’t ander up dat hod en de vrouwe zelve van de boer wos de toverhekse want z’had ook e peerd behekst dat niet meer wilde doen. Die boer had toen nor de paters geweest en ze zein dat de boer uut zijn ogen moeste kijken. En up èn uchtend lag de dee die dat peerd betoverd had met vier ijzers in ’t bedde. En ozo wisten ze dat dat de boerinne wos die de toveresse wos. Dat is misschien hoenderd jor geleên.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een man vertelde over een boerin die met het kwaad omging, waardoor het op de boerderij spookte. Toen de boerin een paard had behekst, ging de boer naar de paters. De geestelijke raadden de man aan om voortaan goed uit zijn ogen te kijken. Op een ochtend lag de boerin met hoefijzers aan handen en voeten in bed. Zo heeft men ontdekt dat de boerin een toveres was.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
120B
Honderd jaar geleden, aldus de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
