Hoofdtekst
Er was eens ene die zijn vader vermoord had en die was gestorven, niet gebiecht of niets. En die kon geen rust vinden en hij kwam op die plaats altijd terug spoken te twaalf uur. Dan gooide hij daar alles ondersteboven en dat was een 'lawijt' en een gedoe. Daarna zagen ze een zwarte hond weglopen. Dat was zo tot als ze eens een pater gehaald hadden die daar een hele dag gebeden had en 's avonds deed hij ze allemaal slapen gaan en hij bleef alleen. En toen de hond kwam te twaalf uur, pakte hij hem met dat - wat - de - pastoors - aandoen - in - de - biechtstoel in een strop en toen kon hij niet meer weg. Toen riep de pater de hele familie en ze moesten bidden en meegaan en de pater ging voorop met de zwarte hond tot aan de poel in 't bos: 'Hier verban ik u voor negen en negentig jaar en nog' zei hij en toen was er een hels 'lawijt'. Daarom heet dat bos het Duivelsbos.
Onderwerp
SINSAG 0436 - Mörder kehrt wieder.   
Beschrijving
Een man die zijn vader had vermoord, was gestorven zonder ooit zijn misdaad te hebben opgebiecht. Omdat de dode geen rust kon vinden, kwam hij op de plaats waar hij zijn misdaad had gepleegd elke nacht om twaalf uur spoken. De mensen hoorden dan een hels lawaai en zagen even later een zwarte hond weglopen. Op een dag liet men er een pater komen, die de hele dag zat te bidden. Toen de hond die nacht om twaalf uur tevoorschijn kwam, pakte de pastoor het dier vast en sleurde het met een strop tot in de biechtstoel. Vervolgens riep de man de familie van de man bij elkaar om samen te bidden. Daarna ging de pater met de familie en de hond het bos in en sprak tot het dier: "Hier verban ik u voor negenennegentig jaar en voor de tijd die daarop volgt." Sindsdien kreeg het bos de naam Duivelsbos.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duivelsbos   
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
