Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0124_0125_21979

Een sage (mondeling), 2003-02-5 2003-02-5 (foutieve datum)

Hoofdtekst

29 Eerst op een papier, en dan verhaal ik dat terug. Want ik ben zo een tetter (tater).x Ja maar, dat is niks. Ik kan dat nadien…28 Ga je het verstaan?29 Ja, ga je het verstaan? Moet ik in schoon Vlaams spreken?28 Ja, want dat wordt misschien in schoon Vlaams geschreven. x Nee, maar je mag gewoon…28 Ja, wij klappen (praten) niet gelijk als…29 Ja, hoe zijn wij dat nu te weten gekomen ooit? Met altijd…28A Ja, dat is begonnen met de stuipen. Dan heeft ze tegen mij al gezegd: "Je weet ervan." En ik wist het niet en ik deed het zonder dat ik het wist en zo voorts.29A Ja, maar, ja. Ja, hoe is dat begonnen?28A Al zevenentwintig jaar, zo is het begonnen.29A Maar dat kan ik niet gaan…28A Ja, zo is het begonnen. Het zat daar. 29A Ja hoe moet ik dat nu gaan vertellen. Dat is moeilijk, mannekes.28A Daar is niks moeilijk aan.x Begin maar gewoon ergens.28A Als je van de ene tak op de andere…29A Ja, ik ga van de ene tak op de andere slagen, ja.28A Dan zit je er helemaal schuin neffe (naast).29A Nee, want al dat ik meegemaakt heb, dat zeg ik.x Ja maar, dat is goed. 29A Dat vertel ik. Ja, allé… Ik kwam… Zet het op.x Ja.29A Staat het op?x Ja. 29A Oei, oei. 28A Maar ze kan dat afvegen.29A Nee, je kan dat niet afvegen. x Jawel.29A Wel, ik kwam ooit als jong meisje ieverans (ergens) binnen, en ik was daar oei… 28A Ja, voor mij deed dat niks, ik was van daar, maar ja.29A Dat gaat seffens door.x Ja, maar ja.28A Voor mij speelt dat geen rol.29A En ja, ik was daar niet welkom, zie je, ik was daar niet welkom. En ik had daar een gevoel, daar hing iets. En lijk… Die mensen waren aan het babbelen en aan het babbelen en lijk als ik daar binnenkwam, viel alles dicht, zie je? Zo.x Mmm.28A Ja, als je dat kan uitleggen.29A Ja maar, seffens is dat door.x Ja maar, dat is niks.29A En toen kocht ik een klein en mijn kind is daar groot gebracht. Een kind zogezegd, mijn dochter.x Mmm.29A En ja, dat zou thuis grootgebracht worden in Aarschot. Maar ons moeder zat met fruit en die was haar arm overgevallen, zo is het begonnen. En ik lag in de jaren 64, in ‘64, en toen zeiden die mensen: "Breng het kindje maar naar ons, dan kan jij voorts werken gaan." Maar van alle dagen van Rillaar naar Aarschot om dan bij ons moe… Dat ging niet, dat ging niet. Dat was te veel. Ik moest dan met de trein van zes, zeven uur, ik kwam eerst om half zeven, zeven uur thuis. En dan dat kindje nog gaan halen, zo niet. En dan zei dat mens.28A Ze hebben dat enige jaren grootgebracht zo.29A Ja, en dan zei dat mens: "Laat, komt alle dagen ’s avonds zo eens zien." En Louis ging wel altijd ’s morgens vroeg zo eens zien. En dan op een zaterdag, dat zal in… Dat was in november. Want dat kind is geboren in juni en in november, in november is dat geweest.28A Het was koud.29A Het was winter en… Want ons moe was toen dat ander huis aan het zetten, want wij waren de panlatten aan het slagen. En we gingen dat kind halen en dat mens die zegde tegen mij, tegen Louis, tegen Louis, niet tegen mij. Louis?28A Je moet een beetje napeizen (nadenken).29A Ja ik moet goed napeizen "Louis als ze het krijgt, je weet wat je moet doen." 28A Maar die wist dat op voorhand.29A Ik heb goede oren. Maar die wist wat dat kind ging krijgen. En ik durfde niks zeggen, want ik was zo iemand, ik was teruggetrokken. Ik bleef liever op de achtergrond zo. Maar ik had wel alles gezien en gehoord.x Ja. 29A Het minste dat ze… En die kon zo ogen trekken, als ik binnenkwam, voor te zeggen: "Zwijg, want ze is daar." Zie, ik mocht van dat huis niks weten. En die klein was nog niet tegoei (goed en wel) bij ons moe, en in ene keer hoor ik die roepen en krijsen. Want ik was ook helpen panlatten aan het slagen. Ja, wat doe je, je helpt maar mee. En dat kind lag in de stuipen. En dat mens wist dat dat kind binnen enige uren de stuipen ging krijgen.28A Ah ja, ze had het gezegd.29A Maar, maar mijn gedacht later had die vrouw dat kind dan overlezen. Want ze wilde niks anders doen dan mij maar te pesten, te pesten, te pesten. x Mmm.29A En dan heeft Louis dat kind gepakt en dan onder het volle kraantje gehouden, zo.28A Ja, koud water, dat mocht niet.29A Ja, koud water. Dat mocht niet, maar we hebben dat gedaan.28A Je doet wat je kan.29A En zo een tijd altijd voorts. Dat heeft vijf jaar, vijf, zes, zeven jaar geduurd. En die is er nu vanaf.28A En ik wist daar niks van.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een meisje voelde zich niet welkom bij haar schoonouders. Wanneer het meisje binnenkwam, vielen de gesprekken altijd plots stil. Toen het meisje in juni 1964 een kind kreeg, had haar moeder een gebroken arm, waardoor ze het kind naar haar schoonouders bracht. Omdat het meisje 's ochtends vroeg moest opstaan en 's avonds laat moest werken, verbleef het kind enkele jaren bij de schoonouders. Toen de moeder en de vader op een koude dag in november hun kind gingen halen, sprak de schoonmoeder tot haar zoon: "Je weet wat je moet doen als ze het krijgt". Enkele uren later kreeg het kindje de stuipen. De schoonmoeder had dat vooraf geweten en ze had dat bewerkstelligd om haar schoondochter te pesten. Een tijdje later heeft de schoonmoeder het kind laten overlezen. Tegen alle adviezen in hielden de ouders hun kindje onder koud stromend water. Toen het kind vijf of zes jaar was, genas het.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
28A en 29A
1964
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Rillaar    Rillaar