Hoofdtekst
Bij ons thuis sliepen we op de zolder. We hadden op dat moment toebak staan die groot was. ’t Was maneschijn. Met ene keer horen we buiten gedruis. We kijken door de venster en we zien daar een kalf lopen in den toebak. “Jaag het eruit”, zei den enen, maar allez, geen enen durfde gaan. ’s Anderendaags gaan we naar den toebak kijken en ’t er was daar niets te zien, niets was gebroken en pertank had dat kalf daarin gelopen.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Enkele jongens die op de zolder sliepen, hoorden bij maneschijn buiten lawaai. Ze keken door het raam en zagen een kalf door het tabaksveld lopen. Niemand durfde naar beneden gaan om het kalf uit het veld te jagen. Toen ze de volgende dag buitenkwamen, stelden de jongens vast dat het tabaksveld niet was beschadigd.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
134
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Schorisse   
