Hoofdtekst
’t Is viftig jro dat ‘k dat gelezen één. ’t Woren dieven en moordenaars. Ze zagen etwor e boerezeune dat ze gedood één en z’één dat peerd gepakt. En z’één toen nor dat boerhof gegon. Ze woren zieder verlegen datten niet werekeerde. "Ne gaat werekeren", zei Bakelandt, mor n’ee nooit weregekeerd. Z’één toen die oede menschen ook angevollen. Dat wos krapulegoed (nietweerd), meer of e bitje. ’t Één droeve beesten geweest, dadde.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt bestond uit dieven en moordenaars. Op zekere dag doodden de rovers een boerenzoon, wiens paard ze hadden gestolen. Bakelandt ging naar de boerderij waar de ouders van die jongen ongerust waren omdat hun zoon nog niet was weergekeerd. De rover beweerde onterecht dat de zoon zou terugkomen en viel die oude mensen aan.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
227A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
