Hoofdtekst
Op een plaats hadden ze twee baggen gekocht. En 's avonds gong er een vrouwmens rond om te bedelen. Ze vroeg of ze daar mocht slapen. En toen hadden ze haar op stal 'nen hoop strooi gegooid om op te liggen. De baggen lagen in den hoek. En toen, alles gesloten, ze kos er niet van of ze moest de sjauf van de deur doen. Ze gongen slapen en ineens gong de stoel neven de staldeur... jokkeldejokkeldejokkel. 'Verdomme', zeggen de mensen, 'we gaan toch eens zien wat daar gaande is.' Ze gongen kijken en het moederke was de pist in en de verkens liepen over de stal. Toen de jongste broer ook opgeroepen, en die gong met de palm en wijwater rondom de stal.Toen ze 's morgens opkwamen, stond ze op den dèn: het wijwater had ze tegengehouden. 'Het dèpke' zegden ze daartegen. Die was ook eens bij ons, 's avonds laat, en mijn vrouw was aan 't strikken. Toen het elf uur was, zei ze tegen mijn vrouw: 'Als ge niet ophoudt met strikken, snij ik uwen draad over.' Maar om twaalf uren moeten die uit, dat is het hem!
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boer die pas twee biggen had gekocht, liet 's avonds in zijn stal een bedelares overnachten. 's Nachts werd de boer echter wakker van een vreemd geluid. De vrouw had een stoel naast de deur van de stal gezet, en had alle varkens op het dak van de stal gejaagd. De verschrikte boer zond snel zijn jongste broer naar buiten met een palmtak en wat wijwater. De volgende ochtend stond de bedelares op de dorsvloer; het wijwater had haar tegengehouden. De bedelares was een heks, die 'het Dèpke' werd genoemd.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
De informant voegde er aan toe dat hij zelf ook ooit diezelfde heks op bezoek had gekregen. Rond elf uur sprak de heks tot de vrouw van de informant: "Als je niet ophoudt met breien, dan snijd ik je draad over." Om middernacht moesten de heksen immers vertrekken.
Naam Overig in Tekst
Dèpke (het)   
Naam Locatie in Tekst
Neeroeteren   
