Hoofdtekst
Moeder en haar broere gingen naar de messe, van De Mokker naar Koekelare. Moeder zag altijd maar een katje met een schone halzeband rond heur. Ze koste haast niet vooruit en ze koste ’t niet strelen. Heur broer zag geen katje, maar wel ne groten hond met ne keten: ne waterduivel. ’t Zweet liep achter hem en zijn haar stond rechte van benauwdheid.
Beschrijving
Een vrouw ging samen met haar zoon naar de mis in Koekelare. Onderweg zag de vrouw de hele tijd een katje met een mooie halsband voor haar voeten lopen. Haar zoon zag de kat niet, maar hij zag wel een grote hond met een ketting. Dat was de waterduivel.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (houtland)
8
Moeder en broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koekelare   
Plaats van Handelen
Koekelare   
