Hoofdtekst
Hebde van Biskop Lambrechts nooit horen spreken? Ie was van mijn prochie. Ie was ne rijke mens, ie gaf alles weg aan arme mensen en ie ging veel zieke mensen bezoeken. Ie was ne keer bij een oud wijveke geweest die ziek was. “Medam”, zei ’t ie, “morgen zulde mee mij in ’t paradijs zijn.” ’s Anderendaags is ie in de statie op de bane van Zottegem dood gevallen. Dat wijveke is op dezelfde uur gestorven.
Beschrijving
Een rijke man die al zijn bezit aan de arme mensen gaf en vaak zieke mensen ging bezoeken, had een keer tot een zieke vrouw gesproken: “Morgen zal jij in het paradijs zijn!” De volgende dag is die man doodgevallen. Datzelfde uur is de zieke vrouw gestorven.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
455
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
