Hoofdtekst
Mensen moesten toch iets gelovenDe paters van Affligem deden ze soms kommen. En mee een kruisken wijden of zoiets. Da waren boeren die vanalles tegenkwaampen. Ma ge hebt na nog: da meeschken vanalles tegenkwaampen. En nu zou da toëverij zijn, hé. Ah ja… De meeschken moesten toch iets geloven. Ma dat is allemaal voor onzen tijd geweest, zelle. Ma da heeft bestaan vroeger. Dat is ook nog voor zijnen tijd geweest. De meeschken leefden in ’t donker vroeger. Nu branden d’r lichten op ’t straat. En nu zijn ze geruster. En het was om de meeschken gerust te stellen dat ze de paters lieten komen.
Beschrijving
Boeren die veel ongeluk hadden, schreven dat vaak toe aan toverij. Ze moesten immers toch iets geloven! De mensen lieten vroeger vaak paters komen om zich te laten geruststellen.
Bron
F. Van Impe, Leuven, 2002
Commentaar
oost-vlaams (aalst en omgeving)
148
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aalst   
