Hoofdtekst
I -En hebt ge nog horen vertellen van de witte madam of van de zwarte madam of zo?32 -Nee, nee.I -Of van muziek in de lucht dat ge niet weet vanwaar dat het komt of zo?32 -Een zieke?I -Muziek.32 -Ah ja, Muziek. Nee. Dat heb toch niet horen vertellen.I -Of van de varende vrouw.32 N -Ja, maar toch niets horen van vertellen of wat. De varende vrouw, wat was dat, wacht een keer, ah ja, maar dat zal een de varende vrouw, dat was gelijk een wolk die afkwam die met een keer een circel maakte en als ge daarin geraakte averre gelijk in ‘t water ...II -Een draaikolk?32 -Een draaikolk, en wacht wat zeiden ze, ‘t was de naam van een vrouw misschien, de varende vrouw misschien, dat ze zeiden de varende vrouw en dat was, dat ze willen zeggen, die wind hé, nu geven ze dat ook een andere naam ook, dat was een hoos of hoe heet dat een windhoos.II -een windhoos.I -Ja.32 -D’er is daar nog iets anders, ‘t is over dat die pyloon daar een keer mee afgewaaid is.II -Een wervelwind?32 -Op ‘t gedacht van een wervelwind, ‘t is nog meer. II -Of een ding daar...I -Een cycloon?II -Een orkaan.32 -Een anticycloon, zou het dat kunnen zijn?I -Ik weet het niet.II -Nee, zo een orkaan, allez, of zoiets.32 -Ja, daar trekt het op.I -Nee, een orkaan ook niet. Een orkaan is gewoon een erge storm.
Beschrijving
De varende vrouw was een windhoos die veel bomen omver blies.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
32N
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Godveerdegem   
