Hoofdtekst
In ’t jaar 1911-12 moet het volgende gebeurd zijn. Ons vader en ons moeder, heb ik altijd horen vertellen, zeiden dat Gories Mie gekend was voor een slecht vrouwmens, dat zij kon toveren. Zij was zo bezeten om iedereen aan te vallen, om raar te doen.Mijn broer lag in zijn bed als klein kindje en er kwam een hen binnen en ze vloog op die wieg van dat kind. Ons vader nam de koterhaak en hij smeet ernaar. Hij had die hen opzij van haar kop geraakt. ’s Anderendaags zagen ze Gories Mie, dat slecht vrouwmens, met een blauwe kaak. Zo, dat maakt dat die hen in de gedaante gekomen was van die toverheks en die slag gekregen had. Daardoor liep zij met een blauwe kaak.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
In Mater woonde een vrouw die ervan verdacht werd een toveres te zijn. In een huis waar een jongetje in een wieg lag, kwam een hen binnen, die op de wieg van het kind sprong. De vader van de jongen gooide de kachelpook naar de kip en raakte het dier aan de kop. De volgende dag zag men dat de toveres een blauwe wang had.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
4B
1911-1912
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mater   
Plaats van Handelen
Mater   
