Hoofdtekst
JK: "Ja hoor."
TM: "Hè, dan nemen we d'r ook de tijd voor..."
JK: "Ja. Maar... Even kijken; ik ben wat dat betreft dus serieus. Ik heb daar dus de artikelen even bijgepakt. [Pakt de kopieën uit de Telegraaf erbij; de Privé-pagina van Henk van der Meijden]. Hier heeft u dus de pagina: dat betreft dus deze gebeurtenis van die verbogen lepels en Uri Geller. Nou, toen is men dus vanuit de Telegraaf dus bij me gekomen. Vandaar dat mijn foto dus ook in de krant staat met de lepels. Ik heb dan een vergroting aan de muur hangen. Ik was 'm dus kwijt, ja, door een scheiding. Maar ik heb deze pagina dus eigenlijk vorig jaar dus pas opgevraagd. Want ik vond het jammer dat ik 'm kwijt was, en toen heeft de Telegraaf, die heeft de hele pagina opgezocht. En deze pagina, die dateert dus van 23 november '78."
TM: "Ja. Goed. Maar begint u eens bij het begin... Uh, Uri Geller was in Nederland..."
JK: "Ja."
TM: "En die had al een bepaalde faam."
JK: "Uri Geller die was in Nederland en die kwam dus op de tv. Ik meen haast op zondagavond. En toen kwam die dus op de tv met een uitzending van: legt u allemaal uw kapotte horloges voor de tv, want ze gaan automatisch weer lopen. Dat was dus zijn verhaal. En dan dus op de tv, waar hij dan dus alom bekend om was, dat was dus 't krom maken dus van de lepels. En dat gebeurde dus, ik meen op een zondagavond. Dus dat zal plusminus... ik meen dat deze foto gemaakt is 's maandags - hij was er heel vlug bij - en dat 'ie 's woendags in de krant stond. Dat weet ik eigenlijk niet meer. Ja, dat is verder ook onbelangrijk. Maar wat gebeurt er dus gewoon op die avond? Dat mijn moeder en mijn Hollandse vrouw, ja, die zaten naar dat programma te kijken en èh, nou, daar kwamen de lepels op de tafel. Ja? Terwijl ik er dus niet geïnteresseerd naar ging zitten kijken. Maar zij dus wel. Mijn moeder leeft dan dus gelukkig nog. En ja, hij zei dan dus ook over de tv: neemt u een lepel, en doet u hetzelfde als ik. Ja, ik heb dus mijn Hollandse vrouw zo zien zitten. En naar de tv zien kijken..."
[TM maakt wrijvend gebaar]
JK: "Nee, niet op de manier zoals dat u het voordoet.
TM: "Nee?"
JK: "Nee. Ja, het is wel heel even de manier om contact te krijgen met het metaal. Dat is wel zo. En ja, daar zat mijn moeder en mijn Hollandse vrouw, die zaten dus echt dus met lepels èh... Trouwens, vorken ook. Ik zelf niet. Maar het programma dat is afgelopen, en die lepels die lagen nog op de tafel. En ik zeg: "Dat doen jullie helemaal verkeerd." Dus toen ik zelf dus de lepels - want d'r staan d'r dus twee op [wijst naar de krantenfoto] - en ik deed dat dus eigenlijk hetzelfde... Vandaar dat ik ook d'r heel goed van overtuigd ben, dat het dus geen goocheltruc is. Daar zal ik u zo nog iets anders over laten zien. Dat dus mijn mening dus is. Dat overkomt mij dus. Tweemaal. En u ziet ze dus op de foto. Vandaar dus ook die pagina en die interesse toen. Ja, en dat is mij dus overkomen. En tweemaal. En dan zit je dus zelf ook heel even verbaasd te kijken. Terwijl dat Uri Geller dat in een tijd van een aantal seconden doet... ik weet niet, tien, vijftien seconden. Het heeft bij mij... de eerste lepel heeft minimaal acht minuten geduurd. Voordat 'ie dus zacht werd. En de tweede lepel, dat duurde wat korter. En daar moet ik dan dus namelijk bijzeggen, dat het dus volkomen met geestelijke kracht gebeurd is. Dus, hetgeen wat daar dus op de pagina staat, dat het trucen zijn... nee, dat is mij overkomen, en ik weet dus exact hoe het overkomen is. Ik heb daar dus mijn mening over. Ook over het metaal. Dat is dus zeer zeker dus geen goocheltruc. Het is hersenwerk. En dat heeft mij, wanneer ik er acht minuten over doe... Het is geestelijk werk. Vandaar dat dat dus gebeurd is. De grap, even kijken... het leuke hiervan, dat is dus namelijk, de ervaring die hier dus... Want ik had drie kinderen... Ja, de vader die kwam in de Telegraaf te staan, en ze zaten op school. Ja, en dat gaat met kinderen, en dat gaat met buren... die èh: "Hé, je vader staat in de krant." En wat is het leuke daarvan? Dat: "Ja," zei mijn oudste zoon, "ja, maar wat mijn vader kan, dat kan ik ook." En de theelepeltjes, die verdwenen uit de keuken, uit de ladenkast, en die nam die mee naar school, en dan stond 'ie ze te buigen. Dus dat zijn leuke dingen, die daar dus... ja, wat m'n vader kan, dat kan ik ook. En dan ging die dus echt met die theelepeltjes. Dat was trouwens een hele leuke ervaring. Maar ook vrij serieus. U noemde net dus al de naam: professor Tenhaef. Ja, die meneer die u daar dus boven ziet staan, boven aan die pagina [wijst op foto van goochelaar Vermeijden], dat was in Amsterdam, daar ben ik ook mee op visite... Maar dat is iemand die goochel-apparatuur maakt. Maar daar ben ik wel op visite geweest. En ik ben dus, ja... d'r over gesproken. En toen ben ik dus ook nog hier in Utrecht nog bij een... hoe noem je zo'n iemand? Een helderziende, ja, een helderziende... bij Croisan [bedoelt: Croiset] geweest, een bekende naam... Croisan woonde in de Willem de Zwijgerlaan in Utrecht."
TM: "Een paragnost."
JK: "Een paragnost ja! En die heeft mij... omdat ik zelf... daar heb ik toen mee gesproken, omdat ik zelf dus èh... Want mensen denken wel eens dat dat allemaal flauwekul is; nee, maar... d'r zijn dus meer dingen dan alleen maar eten en koffiedrinken. Er zijn dus meer dingen in het leven. En die heeft me toen dus in contact gebracht met professor Tenhaef. Zodoende ben ik dus bij professor Tenhaef terecht gekomen. Die woonde toentertijd dus in Bilthoven, in een bejaardentehuis, want die meneer was toen ook al op leeftijd. Ja, daar heb ik dus verschillende gesprekken gehad. Om het feit dat ik dus wel eens dingen zag, die ik niet thuis kon brengen. Dus laat ik het dan even op het paranormale gebied dan dus even houden. Dat ik dus dingen constateerde, en ik kon ze niet thuisbrengen, maar ze gebeurden wel. Maar ik kon dus niet vertellen wat. Ik zag het wel, en het gebeurde dan dus inderdaad ook... Dus dan had ik, laat ik heel eventjes een voorbeeld noemen... Destijds, dat treinongeluk bij Woerden, dat zag ik, maar ik kon het niet thuisbrengen. Maar ik had 'm wel gezien."
TM: "Jaja. Maar pas achteraf, als het gebeurd is, dan kan je terugdenken van: ja, dat was het."
JK: "Ja. Ja. En èh... wat dat betreft heb ik daar met professor Tenhaef dus over gesproken. Die meneer was dus niet paranormaal begaafd, maar was een professor en schreef er ook boeken over. Daar heb ik dus verschillende gesprekken dus mee gehad. In de vorm ook van dat ik ook wel eens vermiste personen zag. Mensen die vermist waren. En toen kwam ik zelf dus in die gesprekken tot de conclusie dat ik dus alleen maar met vermiste en dode mensen bezig was. Ik zag vermiste personen, dode mensen ook, die al verdronken waren. En toen heeft deze professor, die heeft ook over deze lepels dus gesproken. En die heeft toen dan dus ook aan mij gevraagd, van: wat wil je daarmee? Dat is dus niet in één gesprek gebeurd - meerdere gesprekken. Hij zegt: je kan het uitbreiden - daar hebben ze èh woorden voor van 'gedisponeerd zijn', 'hogere graderingen'. Toen zei hij: je kan daar mensen mee helpen, mensen die vermist zijn, die kun je daarmee van dienst zijn, helpen en terugvinden. Dat heeft 'ie dus gevraagd wat of ik daar dus mee wilde. En ik heb dus gevraagd dat ik daar... eigenlijk dus het liefst van af wilde. Dus bewust van af wilde. Omdat ik dus met dode mensen bezig was. Hij heeft mij dus, professor Tenhaef die heeft mij dus wat dat betreft dus aanwijzingen gegeven, om daar dus mee om te gaan, wanneer dus zoiets terugkomt en hoe je dat weg kan cijferen. Dat heeft hij mij geleerd. Het komt nog wel eens terug. Maar ik weet hoe ik er mee om kan gaan, en dan is het weg. Ja, en dat heb is dus zuiver dus aan die professor te danken. Hoe dat gesprek dus... dat zou ik dus niet woordelijk meer kunnen vertellen. Maar hij heeft mij dus wel... Het gebeurt nog wel eens. En dan, ja... gewoon geleerd om het onder controle te hebben. Zo is het. Daar ben ik de professor eigenlijk toch wel dankbaar voor."
TM: "Ja, want... ja, ziet u beelden, of flitsen, of..."
JK: "Nou, dat is maar heel kort. Het is dus geen droom, wat je dan dus ziet."
TM: "U hebt het ook overdag?"
JK: "Het kan overdag ook komen. Het kan overdag ook komen. Ja, ik heb dat één keer meegemaakt, gebeurde dat gewoon op vrijdagmiddag. Dat ik heel eventjes... raakte ik heel eventjes èh, zeg maar van de wereld af. En toen was dan m'n Hollandse vrouw, die was d'r dan bij en die zei van èh: "Wat is d'r?" Ik zeg: "Ja..." Het duurt maar een halve minuut of zo, en dan was ik er weer, dan was ik weer gewoon. Maar dan had ik iets gezien, en het klopte ook precies. En dat gebeurde gewoon."
TM: "En dan... ziet u het als een soort film, of èh..."
JK: "Ja, laat ik een voorbeeld noemen. Dat gebeurde mij - wat ik net al zei - op vrijdagmiddag. En d'r was hier in Utrecht was d'r een jongetje, die was verdronken... tenminste, die was vermist. Die was al veertien dagen vermist. En die... was men op zoek naar dus in de singel in Utrecht. Het was ergens, dat weet ik nog goed, een jongetje uit de Havenstraat, een klein jongetje... ik geloof negen jaar, tien jaar, 't kan elf jaar geweest zijn. Dat was ongeveer in diezelfde periode, dus 1978 zo'n beetje. En op die vrijdagmiddag, toen zei ik dus tegen mijn vrouw, ik zeg: "Dat kereltje, dat zoeken ze verkeerd." Ik zeg: "Dat zoeken ze verkeerd." Ik zeg: "Dat ligt niet in de singel." Ik zeg: "Hij is wel verdronken." Ik zeg: "Maar die ligt in de gracht." En men gaat dus dreggen in de gracht, en men haalt 'm d'r uit. Ja. Onder 't kroos. En daar had 'ie dus inderdaad dus veertien dagen... Ja. Verdronken."
TM: "En dat was een soort ingeving, van de gedachte van 'dat is het', of was het... zag u de gracht in feite voor u."
JK: "Ja."
TM: "U zag de plek waar het..."
JK: "Ja."
TM: "Jaja."
JK: "En dat... ja, hoe moet je het zeggen? Een ingeving, ja, dat overkomt je en... Hoe je dat dus overkomt...? Kijk, wanneer je een droom hebt, dan kun je een hele film zien. En het duurt eigenlijk dus ook maar heel kort. Tenminste, dat zeggen de mensen, dat is dan bewezen: wanneer je droomt, dat dat maar heel kort is. En dit zijn dus dingen die... Ja, dat overkomt je. En het is mij overkomen. Ja, wat moet je d'r van vertellen? Ik hoop dat ik het duidelijk vertel. Want ik heb daar dus namelijk een pagina, of een pagina... dat is van begin dit jaar. [...] Dan zal ik dus even in het kort vertellen wat dus mijn inzicht is van het... hoe die kromme lepels dus ontstaan. Want daar heb ik dus zelf mijn eigen visie op. Kijk, zoals iedereen weet: dat metaal dat bestaat uit plus- en minpolen. Vandaar dat het aan mekaar hangt. En blijkbaar is het zo - dat is althans dan mijn idee - dat je dus met de kracht van de geest, je hersens, de min- en de pluspolen van elkaar (omdat je ze dus in je handen hebt)... de verkeerde kant opstuurt. Vandaar dat je dan een ontbinding krijgt van het metaal en dat het dan zacht wordt. Dan is de stevigheid weg. En dat komt dus, wanneer de mensen daar dus naar kijken... je houdt zo'n lepel in twee handen vast, één hou je 'm vast en de ander leg je de vinger erop. Daar komt, exact wat ik zeg, een hoop geesteskracht bij. Hersenwerk. En dat is mijn idee, dat je dus de min- en de pluspolen scheidt. En dan is het metaal èh... ja, dan krijg je dat effect."
TM: "Het is niet zo'n beetje verbogen ook, hè, want deze is echt helemaal... haha. Maar hoe kwam de krant er nou bij èh...?
JK: "..."
TM: "Was u zo verbouwereerd dat u dacht: dat moet ik..."
JK [kijk enigszins betrapt naar beneden]: "Ja! Ja, dat èh... Ja, ja, zo is dat gekomen. Ja, omdat ik per ongeluk datzelfde effect teweeg bracht, heb ik meen ik zelf - of m'n vrouw kan... - maar ik meen dat ik zelf de Telegraaf gebeld heb. En men kwam dan dus de foto maken, want men stond gelijk op de stoep natuurlijk. Vandaar ook die foto's. En wat ik dan dus... [zoekt in een andere krant] deze pagina die dateert dan van 17 januari 1998. [...] Hier staat eigenlijk dus een klein stukje bevestiging van een hersen-signaal van een tv aanzetten. En hier wordt dan dus ook namelijk die naam van Uri Geller genoemd."
[...]
[Het krantenartikel gaat over experimenten met het activeren van apparatuur door middel van hersen-impulsen; een vorm van technologisch gestuurde 'telepathie']
[...]
TM: "U vertelde nog dat uw zoon dan op school zei: ja, dat kan ik ook. En dan nam 'ie theelepeltjes mee..."
JK: "Theelepeltjes nam die mee, ja."
TM: "Maar... kon die het ook, of had hij er een trucje voor?"
JK: "Nou, die ging die dus gewoon tussen duim en..." [Maakt het gebaar van met de hand verbuigen]
TM: "Jaja."
JK: "Tussen duim, met z'n handjes krom buigen."
TM: "Dat was een geintje dan."
JK: "Dat was het geintje. Ja, maar voor de rest... Kijk... Dus Uri Geller werd ontmaskerd. Tja. Dat is allemaal een inzicht van andere mensen. Wanneer je dit dus zelf overkomt, dan weet je dat het dus geen truc is dan. Dus dat is duidelijk. En d'r zijn heel veel mensen, d'r zijn geloof ik - wat dat betreft - die het dus overkomen zijn, ja, dat men d'r een show van maakt... Daar ben ik het dus... Effe kijken. Laat ik dat zo zeggen: met Jomanda, die dus ook een bepaalde gave heeft, maar die d'r dus zo'n enorme show van maakt. Dat vind ik niet prettig... om er een echte show van te maken. Dus in die vorm, hè. Maar ik geloof ook dat die vrouw echt wel dus bepaalde dingen meegekregen heb, waar ze wat mee kan doen, waar ze mensen mee kan helpen. Je ziet wel eens van die shows, dat ze iemand onder hypnose brengen: daar maken ze dan hele shows mee. Daar ben ik dus niet kapot van."
TM: "Dan maak je d'r ook een show van."
JK: "Dan maak je d'r echt een show van."
TM: "Entertainment."
JK: "Dan maak je eigenlijk - dat vind ik - van misschien de gave of althans hetgeen wat je dan meegekregen hebt... buit je dan commercieel uit. Daar ben ik dan niet zo'n voorstander van. Maar u ziet in dat stukje dat daar in die pagina staat... hè: hersensignalen. En dan kom je duidelijk dus op het feit dat je met het hersensignaal... en uiteraard de electriciteit die de mensen dus in zich hebben: het verstoren van metaal. Vandaar dat."
TM: "Ja. Maar de hersenen sturen dan in feite een soort signaal naar de vingers, want de vingers die doen het..."
JK: "Ja!"
TM: "...en die maken die structuur van dat ijzer week."
JK: "Ja, dat is mijn ervaring. Dat is mijn ervaring. En het is eigenlijk ook heel duidelijk, want: een min- en een pluspool - wanneer je ze de verkeerde kant opstuurt, is de verbinding weg. Is de kracht van het metaal weg."
TM: "Maar u heeft daarna nooit meer van die lepels zitten...?"
JK: "Nee."
TM: "U heeft het niet meer geprobeerd daarna?"
JK: "Nee. Nee. Dat heb ik niet meer..."
TM: "U dacht: ik weet het nu. En dat is het."
JK: "Ja. Dat heb ik dus niet èh... Maar je komt wel dus altijd mensen tegen die zeggen, die... tenminste, in zo'n periode, die daar gelijk brood in zien. Van: "Hé, we gaan optreden. Daar is wat mee te verdienen." Die kom je altijd tegen."
TM: "Die hadden u in de krant gezien."
JK: "Ja. En dan kom je dus mensen tegen van èh: "Daar is geld mee te verdienen, ik zorg wel dat we een zaal hebben, en..." Ja? Nou, daar ben ik dan dus gelukkig ook van afgebleven. Ja, dat is het eigenlijk. En Uri Geller was toen - even kijken, hoor: we zitten nu op de 19e - een maandje of twee geleden was 'ie nog op de Hollandse tv, meen ik. Hij woont dus in Engeland. En daar stond een luxe auto [...] met allemaal lepels van prominenten allemaal d'r op gesoldeerd, of op gelast of iets dergelijks. Dus echt een showauto. Ik geloof van ministers, presidenten en èh... Misschien zaten d'r wel tweehonderd, en het kunnen er nog wel meer geweest zijn. Maar ja, hij heeft dan ook met die lepels ook een echte show gemaakt dus, hè?"
TM: "Maar voor u is het een vaststaand feit dat - goochelaars kunnen het wel nadoen, maar dit is toch wat anders geweest."
JK: "Ja. Dit is heel iets anders geweest. Ja. Dat is heel duidelijk. Meer heb ik er eigenlijk..."
TM: "Nee, dit is het verhaal van Uri Geller inderdaad."
JK: "Meer heb ik eigenlijk niet. Ik kan er niets aan toevoegen."
TM: "Nee, ik heb 'm destijds ook nog gezien. Op tv. Wij hebben ook nog wel klokken neergezet. Maar bij ons werkte het niet. Je was toch wel gefascineerd op dat moment, hè? Het idee dat het zou kunnen. En zelfs het idee dat hij, als het ware door de tv nog iets zou kunnen..."
JK: "Ja, ja, oh, dan hebben we het over hetzelfde programma."
TM: "Ja. Ik weet ook niet meer op welke dag het was. Ik was nog jong, ik zal een puber geweest zijn..."
JK: "Oh nee, waar ik het nu over heb, dat is een paar maanden geleden."
TM: "Jajajaja. Nee, ik bedoel [wijs op krant] die aflevering. Uit '78, nou toen was ik 18. Hahaha."
JK: "Oh. In '78, toen was ik, even kijken... 44, 78, ik ben in '44 geboren, dus toen was ik..."
TM [wijzend op krant]: "Vierendertig staat hier."
JK: "Ja. Klopt ja."
(Interview met Joop Kerkhof, Lombok, Utrecht, 19 november 1998, 10.30 - 13.00 uur. Interview: Theo Meder. Het afschrift bevat een selectie van het interview; banden archief Meertens Instutuut)
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Uri Geller   
Privé   
Henk van der Meijden   
Vermeijden   
Tenhaef   
Croiset   
Jomanda   
Naam Locatie in Tekst
Telegraaf   
Hollands   
Nederland   
Amsterdam   
Utrecht   
Willem de Zwijgerlaan   
Bilthoven   
Woerden   
Havenstraat   
Engeland   
