Hoofdtekst
Mijn grootmoeder vertelde altijd: Do was een vrouw, die kwam ook altijd bij mijn grootmoeder. En mijn grootmoeder zat met de kleine op de schoot en de vrouw zei: 'Och, wat een schoon kindje' en de vrouw daarneven zei dat ze ze niet had moeten binnenlaten. En 's anderendaags was 't kindje gebroken (had een breuk). Ons moeder had het kind niet van de schoot af gehad en dat is echt waar geweest.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een moeder zat met haar kindje op schoot, toen er een vrouw binnenkwam, die zei: "Och, wat een mooi kindje!" De volgende dag had het kind een breuk.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
301
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eigenbilzen   
