Hoofdtekst
Vrouw T. Emiel (Johanna K.) was een heks. Iedermaal een merrie veulen moest kwam ze kijken en vragen: 'hoe is het met het paard?' en iedermaal was het veulen dood. Ik ging me biechten bij de paters en vroeg na de biecht wat ik moest doen. De pater zegde dat ik de poort maar moest sluiten dat die vrouw niet meer binnen kon. Sinds stierf geen veulen meer.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Johanna K. was een heks. Elke keer wanneer een merrie een veulen moest werpen, kwam de heks langs en vroeg: "Hoe gaat het met het paard?" Het veulen ging dan altijd dood. Een boer ging biechten bij de paters en vroeg hen wat hij kon doen om zich tegen Johanna te beschermen. De paters raadden de man aan om de poort te sluiten zodat de heks niet meer naar binnen kon. Sindsdien stierf er bij de boer geen enkel veulen meer.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
*H44
memoraat
Dit verhaal werd door M. Dreezen overgenomen uit het handschrift van N. V.
Naam Overig in Tekst
Johanna K.   
Naam Locatie in Tekst
Berg   
