Hoofdtekst
Ik hee dat nog gehoord van mijn moeder. Roend middernacht moste der een van de geestelijken met een berechtinge goan en ’t gienk ton olsan een voren met een belle en een lanteren. Den deen die vorengienk zag olmetnekeer Wieze Kletsebille en je kreeg zukken benauwd dat ne niet meer doste voortgaan. De geestelijken zei tegen hem: "Teure (ga verder) mo voort, ze goat niet doen" en je gienk er rechte nortoe en je zei: "Ziet dat ge thuus zijt tegen dat we werekomen!" En ze wos weg.
Beschrijving
Een geestelijke moest omstreeks middernacht iemand de laatste sacramenten gaan brengen. De geestelijke werd vergezeld door een misdienaar, die met een bel en een lantaarn voorop liep. Toen de misdienaar onderweg een toveres zag, werd hij zo bang dat hij niet meer durfde voortgaan. De geestelijke stelde hem gerust met de woorden: "Ga maar voort, ze zal niets doen". De misdienaar liep de toveres voorbij en riep: "Zorg dat je thuis bent tegen dat we terugkomen". Toen het tweetal terugkwam, was de vrouw verdwenen.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (groot-roeselare)
174
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Wieze Kletsebille   
Laatste Sacramenten   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Eloois-Winkel   
