Hoofdtekst
Op een plaats was er ene, en dat was zo'n vieze, die trouwden ze niet wijd. Die kos zo meer, as alleman. En toen hadden zich eens ettelijke man bijeengepakt, en die hadden zich zwartgemaakt, ze hadden zich onkennelijk gemaakt. Ze waren daar binnengetrokken, en daar was zo'n groot houtvuur, daar zat hij bij, en de vlammen sloegen heel hoog omhoog. 'Zet u bij ', zei hij, 'want het is potverdomme koud in de buiten.' En ze moesten zich bijzetten, ze moesten, ze kosten niet anders. Toen ze zo wat gezeten hadden: 'Maar zet u toch wat korterbij', zei hij, 'want anders wordt het te koud.' En zo gong dat maar voort en altijd maar korter bij. Toen begos hij 'ne grote ketel water te koken en het werd daar zo heet, zo heet. Het zweet liep hun van hun gezicht af, die kosten het bekans niet meer keren, en achteruit kosten ze ook niet. 'En nu zal ik u eens wassen', zei hij, 'dan zullen we wel eens zien wie ge zijt.' Jaja, zo was dat ene, die kos meer as alleman.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een zekere Luys kwamen op een dag enkele mannen binnen, die hun gezichten hadden zwartgemaakt om onherkenbaar te zijn. Luys zag onmiddellijk dat de mannen misdadigers waren en nodigde hen uit om bij het vuur te komen zitten, zodat de mannen niet konden weigeren. Luys bracht boven het vuur een grote kom water aan de kook, zodat de misdadigers het steeds heter en heter kregen. Ze begonnen hevig te zweten en konden hun stoelen niet naar achteren schuiven. Toen het water kookte, zei Luys: "Nu zal ik jullie eens wassen zodat ik kan zien wie jullie zijn."
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bree en omstreken)
Tovenaar tovert bandieten aan hun stoel vast: variant (Bree)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Luys   
Naam Locatie in Tekst
Bree   
