Melding:
Bestand met auteursrechtelijke informatie of extreme facetten.De inhoud is afgeschermd, en kan alleen worden geraadpleegd op het Meertens Instituut, of met een account.
Hoofdtekst
TM: "Ja." [Vertelt ook een mop ter aanmoediging] Dat soort moppen, wanneer worden die verteld? Gaat u naar het café of..."
JK: "Nee. Nee, nee, nee, ik kom niet in het café. Ik heb dus net, zeg maar 500 meter hier vandaan: daar was dus een sigarettenwinkelier, en daar stond ik dus snoepjes te verkopen aan de kinderen. Ja, en ik woon hier in de buurt al 35 jaar. Even kijken, vanaf 1962. En vroeger dan kwam ik wel in het café, en dan hoorde je ze links en rechts ook natuurlijk. Maar de laatste jaren kom ik dus niet in het café. Maar wanneer je gewoon onder het publiek zit, ja... Je zit een beetje in de handel, je kent de mensen, dus d'r wordt links en rechts best wel een mop verteld. En in de sigarettenwinkel kwamen ze ook wel los, hoor. Zelfs de buitenlandse mensen. Ik heb wel een keer een leuke gehoord. Maar ik zal zelf nog een leuke vertellen. Waar ze vandaan komen, weet ik niet, hoor! Want ik zal ze ook wel eens ooit gehoord hebben, en misschien zijn ze wel bekend, misschien staan ze wel op een plaat. Meestal moeten de mensen er toch wel om lachen. [...] Maar dat was in een café in Lommel. Daar komt een meneer binnenstappen. Maar wat had de eigenaar nou gedaan? Toen kwamen net de briefjes van vijf, die kwamen uit. Dus d'r stond een hele pot met vijfies. En d'r zat ook een paard. Of een pony, maakt niet uit. Die zat daar op een kruk. En die Hollandse meneer komt binnen, en hij zegt: "Meneer." Het was toevallig een Belgisch café, restaurant, hoe je het maar wil noemen. Hij zegt: "Meneer, geef mij een pintje van je." Hij zegt: "Maar wat is d'r met die pot met vijfies?" "Nou," zegt 'ie: "Als je dat paard aan het lachen kan maken," hij zegt, "dan heb je die hele pot met vijfjes verdiend." Och, denkt die Hollander, dat is voor mij niet zo moeilijk. Hij loopt naar dat paard toe en hij fluistert hem wat in het oor. En dat paard dat begint te hinniken en te lachen. En die barman die staat te kijken. Hij zegt: "Meneer," hij zegt, "kijk eens, die hele pot met vijfjes die is voor u." Hij zegt: "Dat heb u gewoon verdiend, want het is verteld, zo zijn de spelregels." Nou, een hele pot met vijfjes. Gaat naar huis, komt veertien dagen - want hij was vertegenwoordiger - komt 'ie weer in datzelfde café-restaurantje, eet een uitsmijtertje, neemt een pintje. Staat er weer zo'n pot met vijfjes. Hij zegt: "Ober, is dat hetzelfde?" "Nee," zegt die ober, "nee meneer, we hebben de spelregels een klein beetje veranderd. Als u hem aan het huilen kan brengen," hij zegt, "dan heeft u die pot met vijfjes gewonnen." Die Hollander zit na te denken. Hij zegt: "Mag ik 'm even mee naar buiten nemen?" "Ja," zegt die ober, hij zegt, "neem 'm maar even mee naar buiten." En hij neemt het paard paard mee naar buiten. En na een aantal minuten komt 'ie terug. Dat paard janken. Gaat weer op de kruk zitten; janken, janken! En die ober die staat te kijken en hij zegt: "Meneer, u heb het weer gewonnen. Alstublieft." Hij zegt: "Geef mij nog maar een pintje." Die Hollander drinkt z'n pintje leeg. Hij zegt: "Tot ziens hè." Die ober zegt: "Wacht even," hij zegt, "neem d'r nog één van mij," hij zegt, "ik heb een vraag. Vertel me nou eens. Hoe heb je dat de eerste keer gedaan?" Hij zegt: "Nou, de eerste keer heb ik 'm verteld dat ik een grotere had als hij." Toen schoot 'ie in de lach. Hij zegt: "Dat ken ik begrijpen," zegt 'ie, hij zegt: "Maar nu dan?" Hij zegt: "Nou heb ik hem mee naar buiten genomen, en ik heb het hem laten zien"."
TM: "Hahaha. Ja, die is mooi."
(Interview met Joop Kerkhof, Lombok, Utrecht, 19 november 1998, 10.30 - 13.00 uur. Interview: Theo Meder. Het afschrift bevat een selectie van het interview; banden archief Meertens Instutuut)
JK: "Nee. Nee, nee, nee, ik kom niet in het café. Ik heb dus net, zeg maar 500 meter hier vandaan: daar was dus een sigarettenwinkelier, en daar stond ik dus snoepjes te verkopen aan de kinderen. Ja, en ik woon hier in de buurt al 35 jaar. Even kijken, vanaf 1962. En vroeger dan kwam ik wel in het café, en dan hoorde je ze links en rechts ook natuurlijk. Maar de laatste jaren kom ik dus niet in het café. Maar wanneer je gewoon onder het publiek zit, ja... Je zit een beetje in de handel, je kent de mensen, dus d'r wordt links en rechts best wel een mop verteld. En in de sigarettenwinkel kwamen ze ook wel los, hoor. Zelfs de buitenlandse mensen. Ik heb wel een keer een leuke gehoord. Maar ik zal zelf nog een leuke vertellen. Waar ze vandaan komen, weet ik niet, hoor! Want ik zal ze ook wel eens ooit gehoord hebben, en misschien zijn ze wel bekend, misschien staan ze wel op een plaat. Meestal moeten de mensen er toch wel om lachen. [...] Maar dat was in een café in Lommel. Daar komt een meneer binnenstappen. Maar wat had de eigenaar nou gedaan? Toen kwamen net de briefjes van vijf, die kwamen uit. Dus d'r stond een hele pot met vijfies. En d'r zat ook een paard. Of een pony, maakt niet uit. Die zat daar op een kruk. En die Hollandse meneer komt binnen, en hij zegt: "Meneer." Het was toevallig een Belgisch café, restaurant, hoe je het maar wil noemen. Hij zegt: "Meneer, geef mij een pintje van je." Hij zegt: "Maar wat is d'r met die pot met vijfies?" "Nou," zegt 'ie: "Als je dat paard aan het lachen kan maken," hij zegt, "dan heb je die hele pot met vijfjes verdiend." Och, denkt die Hollander, dat is voor mij niet zo moeilijk. Hij loopt naar dat paard toe en hij fluistert hem wat in het oor. En dat paard dat begint te hinniken en te lachen. En die barman die staat te kijken. Hij zegt: "Meneer," hij zegt, "kijk eens, die hele pot met vijfjes die is voor u." Hij zegt: "Dat heb u gewoon verdiend, want het is verteld, zo zijn de spelregels." Nou, een hele pot met vijfjes. Gaat naar huis, komt veertien dagen - want hij was vertegenwoordiger - komt 'ie weer in datzelfde café-restaurantje, eet een uitsmijtertje, neemt een pintje. Staat er weer zo'n pot met vijfjes. Hij zegt: "Ober, is dat hetzelfde?" "Nee," zegt die ober, "nee meneer, we hebben de spelregels een klein beetje veranderd. Als u hem aan het huilen kan brengen," hij zegt, "dan heeft u die pot met vijfjes gewonnen." Die Hollander zit na te denken. Hij zegt: "Mag ik 'm even mee naar buiten nemen?" "Ja," zegt die ober, hij zegt, "neem 'm maar even mee naar buiten." En hij neemt het paard paard mee naar buiten. En na een aantal minuten komt 'ie terug. Dat paard janken. Gaat weer op de kruk zitten; janken, janken! En die ober die staat te kijken en hij zegt: "Meneer, u heb het weer gewonnen. Alstublieft." Hij zegt: "Geef mij nog maar een pintje." Die Hollander drinkt z'n pintje leeg. Hij zegt: "Tot ziens hè." Die ober zegt: "Wacht even," hij zegt, "neem d'r nog één van mij," hij zegt, "ik heb een vraag. Vertel me nou eens. Hoe heb je dat de eerste keer gedaan?" Hij zegt: "Nou, de eerste keer heb ik 'm verteld dat ik een grotere had als hij." Toen schoot 'ie in de lach. Hij zegt: "Dat ken ik begrijpen," zegt 'ie, hij zegt: "Maar nu dan?" Hij zegt: "Nou heb ik hem mee naar buiten genomen, en ik heb het hem laten zien"."
TM: "Hahaha. Ja, die is mooi."
(Interview met Joop Kerkhof, Lombok, Utrecht, 19 november 1998, 10.30 - 13.00 uur. Interview: Theo Meder. Het afschrift bevat een selectie van het interview; banden archief Meertens Instutuut)
Beschrijving
In een Belgisch café kan men een pot met vijfguldenstukken als men het paard aan het lachen kan maken. Een Hollander lukt dit. Als hij later terugkomt, wint hij weer een pot met vijfguldenstukken, ditmaal omdat het hem lukt om het paard aan het huilen te brengen. De ober vraagt hoe hem dat gelukt is. De man legt uit: de eerste keer heb ik het paard verteld dat ik een groter geslachtsdeel heb dan hij, en de tweede keer heb ik het laten zien ook.
Bron
n.v.t. Bandopname archief Meertens Instituut.
Commentaar
19 november 1998
Zie onder Beeld een strip over hetzelfde onderwerp.
Naam Overig in Tekst
Hollander   
Belg   
Naam Locatie in Tekst
Lommel   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
