Hoofdtekst
25 I -Wat dat er ook echt gebeurd is Jan De Lichte, aan de kerk te Strijpen voor de kerk van Strijpen kunt ge dat nog zien, maar nu is dat getarmaceerd, dat is nu enen parking geworden, maar vroeger in mijn kindertijd was dat gras, dat was een pelouse, verstaat ge dat was een graskant en op die graskant gij hebt dat heel zeker nog wel geweten dat er zo vroeger vertinners rondgingen om lepels en messen te vertinnen ...II -Dat verhaal heb ik gehoord ja.25 -Awel, Jan De Lichte, die mens lag daar te slapen en Jan De Lichte had niet beter gevonden of die mens zijn tin in die mens zijn mond te gieten. Hebt ge dat al horen vertellen?II -Dat heb ik gehoord.25 -Wel, dat is echt gebeurd!I -Ja, en dat was zijn grootste plezier geweest.II - Ja, hij ôt (had) zelfs gezegd dat dat dat zijn grootste plezier geweest ôt.I -Maar Danny Lamarcq die zegt ook dat die verhalen dat de mensen dat kennen uit de boeken, en mijn prof die zegt (dat is niet waar, ze kennen dat van overlevering van horen vertellen.25 -Nee, nee, nee, ik weet dat van iemand, als ik een kind was van acht, negen jaar, was die toen eind de tachtig jaar en hij zei dat hij dat weet van zijn grootvader, dus dat zijn mensen uit de achtiende eeuw hé, als ge zo ver achteruit gaat, nee, dat is niet uit de boeken hé, dat zijn recente, dat zijn overleveringen!I -Want hij zegt zo meer beïnvloed zijn door de boeken bijvoorbeeld door Ternest die daar drie delen zou over geschreven hebben.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bij de kerk van Strijpen zat een man te slapen, die lepels en vorken vertinde. Naast de man stond een pot met kokende tin. Toen Jan de Lichte daar voorbijkwam, goot hij kokende tin in de keel van de slapende man.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (groot-zottegem)
25I
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bende van Jan de Lichte   
Jan de Lichte (bende van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
Plaats van Handelen
Strijpen   
