Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FBECK0256_0256_311 - De hond met de ketting

Een sage (mondeling), 1947

Hoofdtekst

Twee gebroers gingen altijd 's avonds bij hun geburen zitten en elke keer als ze weggingen en als ze terugkwamen, lag daar een grote zwarte hond voor hun deur, maar hij deed hen niets. Hij had een 'ketel' aan. Als de 'ketelhond' of de weerwolf u iets wou doen, dan moest ge een rooi 'moalslat' in zijn muil gooien. 's Morgens vonden ze die dan helemaal kapot gebeten en vol bloed op de straat.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.    SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.   

Beschrijving

Twee broers gingen 's avonds altijd naar hun buren. Telkens wanneer ze terugkwamen, lag er een grote zwarte hond voor hun deur. Het dier droeg een ketting om zijn hals, maar het deed niemand kwaad.
Als men werd aangevallen door een weerwolf in de gedaante van een hond, moest men een zakdoek naar de muil van het dier gooien. De weerwolf zou de zakdoek dan helemaal uiteenrafelen.

Bron

F. Beckers, Leuven, 1947

Commentaar

1.6 Weerwolven
zuid-limburgs
De hond met de ketting: variante 4
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Guigoven    Guigoven